Schrijftip 1: Wees zelf een karakter.
In vroeger dagen was het heel gewoon dat schrijvers redelijk anoniem door het leven gingen. Hun namen mochten dan pronken op de ruggen van bestsellers, hoe Jan Mens of Willy Corsari eruit zagen, dat was voor de gemiddelde lezer in de jaren vijftig volkomen onduidelijk. Het onthouden van schrijverskoppen stond niet hoog op de agenda van de lezer. Die had namelijk wel wat beters te doen: Zeeuws vee redden van de verdrinkingdsdood, met gebalde vuist ‘schorriemorrie’ tegen brommernozems schreeuwen, en dan lag er nog een berg wasgoed klaar om in kokend water met een houten stok in de hand schoon te karnen.
Tegenwoordig is die rustgevende anonimiteit ver te zoeken. Ernest van der Kwast is een moderne schrijver, merkten we bijvoorbeeld vandaag, toen hij bekend maakte voor de derde keer onder schuilnaam een boek de wereld in geslingerd te hebben. Ditmaal mocht hij zelfs voor de moeite twee nominaties opstrijken voor de NS Publieksprijs: voor Mama Tandoori (als zichzelf) en voor Cruise (als Suzanne Vermeer). Eerder had Ernest als boeken gepubliceerd onder de pseudoniemen Yusuf el Halal en Sieger Sloot.
Ik vermoed een literaire matrushka van jewelste. Het is natuurlijk ook heel ongeloofwaardig dat de persoon die namens Van der Kwast acte de présence geeft in allerlei talkshows (een sympathieke knaap die uit een lage-lonenland lijkt te zijn gehaald en is voorzien van een sponsordeal met Hans Anders) ook écht de schrijver is van de ‘Ernest van der Kwast’-bibliotheek. Daar zit vast weer iemand achter, of in, zo u wilt.Het is meesterlijke PR die maar weinigen is gegeven. Neem nu Alex Boogers , hardwerkend schrijver te Vlaardingen en auteur van vier laaiend enthousiast ontvangen romans. Morgen staat hij op de presentatie van zijn vijfde: De tijger en de kolibrie, een pijnlijk, liefdevol en uiteindelijk aangrijpende roman over een jonge vader die het ook allemaal niet meer weet (en dus zichzelf hopeloos in de nesten werkt). Ik verwacht mooie woorden in de kranten, oprecht ontroerde lezers (vooral moeders gaan het zwaar te verduren krijgen), maar of Alex de tafel van Matthijs van Nieuwkerk gaat halen? Ik betwijfel het.
Alex is een stille jongen met een grote passie (en een gargantuesk talent) voor het schrijven van loeischerpe literatuur. Maar ja, hij kan niet zo goed kunstjes doen, fratsen uithalen, koppeltjerollen onder studiolampen en vraag hem al helemaal geen feestbril op te zetten. Ook heeft hij geen malle moeder die op afroep met een deegroller komt zwaaien in het gezicht van een amechtig lachende presentator. Je begrijpt: Alex verkoopt dan ook een fractie van de olijke handpop ‘Ernest van der Kwast’.
Het einde van de literatuur is het natuurlijk allerminst. Ik zie een grote toekomst voor jonge, werkloze toneelschool-laureaten, die na het leren imiteren van ‘een gemengde salade met één rot cherrytomaatje’ niet terugdeinzen voor een rol als mediagenieke ‘leesboekjesmaker’. Of eigenlijk iedereen met een diploma van Circus Elleboog.
